Ik viel altijd voor de piek
Ik heb lang gedacht dat verliefdheid me moest overvallen. Vlinders, chemie. Dat gevoel van: ja, dit is 'm. En als dat er niet was? Dan was het dus niks.

Ik ben niet vaak écht verliefd geweest. Een paar keer maar. En telkens gebeurde het op dezelfde manier: intens, alles of niets, alsof we elkaar al jaren kenden. Alsof dit geen toeval mocht zijn. Achteraf gezien hadden die grote verliefdheden opvallend veel met elkaar gemeen: het waren geen rustige relaties. Het waren mannen met dominantie, met een randje. Charmant? Zeker. Intelligent ook. Maar er zat bijna altijd iets toxisch onder. Zo eentje die "communiceren" verwart met "discussie winnen".
Ik heb me vaak afgevraagd of ik gewoon pech had. Of een kapotte radar. Of een abonnement op mannen met een handleiding. Maar wat we 'chemie' noemen, is soms gewoon: dit voelt vertrouwd. En vertrouwd voelt fijn.
We daten tegenwoordig alsof we in een kledingwinkel staan: past het niet meteen, dan terug op het rek. Geen tweede blik, geen twijfel toegestaan. En ergens snap ik het: niemand heeft nog tijd. Onze mentale ruimte is al gereserveerd voor werk, hobby’s, scrollen en nietsdoen.
Maar op eerste dates ontmoet je nooit de echte versie van iemand. Je ontmoet de beste versie, de uitgeruste versie. De versie zonder stress, zonder slechte dag en zonder overvolle wasmand. Niemand zegt op een eerste date: "Ik heb eigenlijk een rotdag gehad en nul geduld, maar ik ben wel lief."
Daarnaast denk ik dat mijn ongeduld ook te maken heeft met het voorbeeld waarmee ik ben opgegroeid. Mijn ouders hadden veertien jaar leeftijdsverschil. Hun liefde begon plots, een coup de foudre. Alsof het hen zomaar overkwam. Maar wat ik me vooral herinner, zijn de avonden: aan tafel of in de zetel, met een drankje, veel gelach, en het soort echt praten dat vanzelf ging.
Onlangs ging ik wandelen met een vriend. Gewoon een wandeling, totaal geen romantisch plan. Hij merkte kleine dingen op: een konijntje, het licht dat veranderde.... Er zat iets zachts in die aandacht, iets rustigs. Het maakte dat ik zelf ook stiller en meer aanwezig werd. En toen voelde ik hoe mijn lijf ontspande. Alsof het eindelijk niet op scherp hoefde te staan.
Misschien klinkt het banaal en zweverig. Maar het zijn precies dit soort momenten waarin je iemand leert kennen. Want verliefd worden op woorden is vaak verliefd worden op beloftes. En beloftes zijn goedkoop. Terwijl echte verliefdheid langzaam ontstaat in wat iemand doet. In de kleine dingen. In gedrag dat zo vanzelfsprekend is, dat degene die het doet het zelf nauwelijks opmerkt.
En ergens daar begreep ik het: ik zoek geen grote pieken meer.
Ik zoek warmte. Iets liefdevols. Iets dat niet opjaagt, maar uitnodigt om te blijven.